< terug naar overzicht

Prinsjesdag > Financiën

Financiën
In het regeerakkoord 2017-2021 heeft het kabinet aangekondigd het belastingstelsel te willen hervormen. Het kabinet wil onder andere de verschillen in fiscale behandeling van ondernemers en werknemers verkleinen en (meer) werken meer lonend maken. Daarom vindt er komend jaar een aantal wijzigingen plaats op het gebied van werk en inkomen.

Let op: niet alle voorstellen zijn definitief. Deze zijn pas definitief na akkoord van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.


Werk en inkomen

Twee belastingschijven en aangepaste tarieven.

Heffingskortingen worden gewijzigd
In 2021 worden de heffingskortingen gewijzigd. Dit zijn kortingen op de belasting die je moet betalen over je inkomen. Hierdoor kun je netto meer/minder overhouden.

Tarief aftrekposten voor hoogste schijf daalt
Aftrekbare kosten kunnen in 2020 tegen maximaal 46% afgetrokken worden. In 2021 daalt dit naar 43%.

Valt je inkomen in de hoogste schijf van de inkomstenbelasting (49,5% in 2020), dan kun je bepaalde aftrekbare kosten in 2020 tegen maximaal 46% aftrekken. Met ingang van 2021 geldt een aftrektarief van maximaal 43%. Het gaat om de volgende aftrekposten:

  • Aftrekbare kosten voor de eigen woning, zoals hypotheekrente, erfpachtcanons en bemiddelingskosten voor de adviseur;
  • aftrek van onderhoudsverplichtingen (alimentatie);
  • ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en stakingsaftrek);
  • MKB-winstvrijstelling;
  • terbeschikkingstellingsvrijstelling;
  • aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten;
  • aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten;
  • aftrek van scholingsuitgaven;
  • giftenaftrek;
  • restant persoonsgebonden aftrek van voorgaande jaren;
  • verliezen op beleggingen in durfkapitaal.

De daling van het tarief aftrekposten geldt niet voor de lijfrenteaftrek. De lijfrenteaftrek blijft aftrekbaar in de hoogste schijf van de inkomstenbelasting voor zover daar inkomen tegenover staat.

Rekenvoorbeeld

Nathalie en Luuk zijn vorig jaar gescheiden. Nathalie moet aan Luuk jaarlijks € 13.200,- alimentatie betalen. Nathalie kan, gezien haar inkomen van ruim € 110.000,-, de alimentatie bij haar aangifte inkomstenbelasting over het belastingjaar 2020 aftrekken tegen 46%. Netto kost de alimentatie haar in 2020 € 13.200,- – (46% x € 13.200,- = € 6.072,-) = € 7.128,-

In 2021 is aftrek nog maar mogelijk tegen 43%. Netto kost de alimentatie haar in 2021 € 13.200,- – (43% x € 13.200,- = € 5.676,-) = € 7.524,-. Haar netto-lasten stijgen hierdoor met € 396,- per jaar.

Fiscale behandeling bonus voor zorgmedewerkers
Zorgprofessionals die in hun werk direct of indirect last hebben gehad van de gevolgen van het uitbreken van COVID-19, kunnen een bonus krijgen van hun werkgever. Het bedrag van € 1.000,- heeft geen invloed op je inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Dat geldt ook voor inkomensafhankelijke regelingen zoals toeslagen.

Wettelijk gezien konden zorgverleners al aanspraak maken op deze bonus. Nu kunnen ook zelfstandige zorgverleners en extern ingehuurd schoonmaakpersoneel de bonus van € 1.000,- netto ontvangen. Dit kan met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020. Ook zij worden hierin niet belast bij hun inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.

Vermogen

Aanpassingen belasting over vermogen in box 3
In box 3 wordt de belasting over vermogen, zoals spaargeld, beleggingen en een tweede woning berekend. Volgend jaar worden er een aantal tariefsaanpassingen doorgevoerd. Daarnaast heeft het kabinet aangekondigd de manier van belastingheffing in box 3 de komende jaren aan te passen.

Nu heb je een heffingvrij vermogen van € 30.846,-. In 2021 wordt het heffingvrij vermogen verhoogd naar € 50.000,-. Het vermogen boven het heffingvrij bedrag noem je de grondslag. Hierover betaal je belasting. Dit wordt in 2020 als volgt berekend:

In 2021 wordt het veronderstelde rendement op het spaardeel en het beleggingsdeel aangepast en worden de belastingschijven verruimd. Het belastingtarief stijgt van 30% in 2020 naar 31% in 2021.


Bron: Nationale Nederlanden